Kindje Wiegen in Medemblik

Kerstverhaal voor kinderen

Er was ooit een tijd waarin veel mensen dachten dat God hen vergeten was. In Jeruzalem was de boze koning Herodes de baas en het was geen leuke tijd voor de Joden. Op een dag kwam er een engel bij Maria. Hij vertelde haar dat ze moeder zou worden van de Zoon van God.

Kindje geboren
Toen het kindje van Maria bijna geboren werd, kwam er een boodschapper van de keizer van Rome. Hij zei dat iedereen naar de stad van zijn vader moest gaan. De keizer van Rome wilde namelijk tellen hoeveel Joden er in Israël woonden. Maria en Jozef moesten op reis naar Bethlehem, want daar woonden hun vaders.

Kribbe
Toen ze daar na een lange en zware reis aankwamen, waren alle herbergen vol. Na lang zoeken vonden ze gelukkig een stal waar ze mochten blijven slapen. Hier, tussen de ezels en koeien, kreeg Maria het kindje Jezus. Ze wikkelde het in doeken en legde het in de kribbe, een voederbak voor dieren.

Herders
Ondertussen waakten buiten op het veld de herders over hun schapen. Plotseling verscheen er een engel. Hij vertelde de herders dat de Redder van de mensen was geboren en dat hij op hen wachtte in een kribbe, gewikkeld in doeken. De herders gingen direct naar Bethlehem. Daar vonden ze inderdaad het kindje Jezus. Ze vertelden aan iedereen wat er was gebeurd. En de mensen waren heel blij, omdat ze nu wisten dat God hen toch niet in de steek had gelaten.

Drie wijzen
Ook drie wijzen uit het oosten waren op zoek naar het kindje Jezus. Zij hadden gehoord dat Jezus later koning van de Joden zou worden. Zij vonden de stal in Bethlehen doordat er vlak boven deze stal een grote, schitterende ster aan de hemel stond. De drie wijzen gaven Jezus mooie cadeaus: goud, wierook en mirre.

Herodes
Ondertussen had de slechte koning Herodes ook van het koningskind gehoord. Hij stuurde soldaten naar Bethlehem om het dood te maken. Gelukkig was Jozef 's nachts door een engel gewaarschuwd en kon hij op tijd naar Egypte vluchten met Maria en Jezus. Pas toen de boze koning dood was, gingen ze weer terug naar Nazaret.

Vrij naar: Jezus komt op aarde - Cantecleer Kinderbijbel

Kerstverhaal voor volwassenen

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: "Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je." Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: "Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen."

Maria vroeg aan de engel: "Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad." De engel antwoordde: "De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk." Maria zei: "De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd." Daarna liet de engel haar weer alleen.

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: "Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt." En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: "Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft."

Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: "Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt." Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.

Kerstverhaal uit de nieuwe bijbelvertaling - (Lucas 1:26-38 en 2:1-21)
Kindje Wiegen Medemblik
Make a Free Website with Yola.